PGB

Een persoonsgebonden budget is een geldbedrag wat na indicatie kan worden toegekend en waarmee u zorg, begeleiding of een voorziening (hulpmiddelen) zelf kunt inkopen. U kiest uw zorgverlener of hulpmiddel zelf uit of huurt een organisatie in die in dat voor u gaat doen.

Voorheen was een pgb een geldbedrag wat na indicatie en bij voorschot op uw eigen rekening werd gestort. Sinds 2015 is er alleen nog sprake van "een solide pgb. Een zogenaamd "trekkingsrecht" wat niet meer op de eigen rekening wordt gestort maar wat door een derde, die ook aanvragen beoordeeld, wordt beheerd. In 2015 is dat voor de gemeenten en de zorgkantoren uitsluitend de SVB. U legt in overeenkomsten vast wat er gedaan of geleverd moet worden, op welke dag(en) en tijd(en) en tegen welke vergoeding. Rekeningen worden dan door de SVB uitbetaald aan de door u gecontracteerde zorgverleners uit het resterende trekkingsrecht van het aan u toegekende budget. Een trekkingsrecht is altijd netto. Als u recht heeft op een PGB (van het zorgkantoor of de gemeente) krijgt u van hen een beschikking of een besluit. In dat besluit staat o.a. hoe groot uw trekkingsrecht is, waaraan u het mag besteden, hoe u moet declareren (SVB) en hoe u uw PGB weer moet verantwoorden. Als er sprake is van een inkomensafhankelijke bijdrage wordt die vanaf uw eigen rekening geïncasseerd door het CAK.

Vanaf 31 december 2014 is er geen AWBZ meer. In de plaats daarvan is per 1 januari 2015 de Wet Langdurige Zorg van kracht. De WLZ (de kern AWBZ) is er alleen voor zwaardere zorgvragen. (voor mensen met een verblijfsindicatie en een hoog ZZP). Iemand met zo een indicatie kan kiezen voor wonen in een instelling, maar ook voor de volledige zorg thuis. Dat is alle zorg in natura thuis en wordt genoemd het "volledige pakket thuis". (VPT) Bij wonen in een instelling is (als er door het wonen in die instelling geen woonlasten meer zijn voor de zorgvrager en/of zijn/haar partner) de "hoge eigen bijdrage aan het CAK" verschuldigd. Bij het VPT geldt de zogenaamde "lage eigen bijdrage". (zorgvrager behoudt zijn woonlasten) Ook wanneer een zorgvrager kiest voor inkopen van (thuis)zorg middels een PGB, geldt de lage eigen bijdrage. De hoogte van het persoonsgebonden budget is gelijk aan het VPT tarief. Wanneer iemand met een verblijfsindicatie toch niet in een instelling woont, kan per functie (persoonlijke verzorging, verpleging, begeleiding individueel of begeleiding groep) gekozen worden voor zorg in natura of een persoonsgebonden budget. Dat heet een modulair pakket.

In de zorgverzekeringswet is het PGB ook verankerd. Zo kunt u bijvoorbeeld met uw visuele beperkingen aanspraak maken op hulpmiddelen. Uw zorgverzekeraar zal die hulpmiddelen via gecontracteerde leveranciers, aan u aanbieden. Als deze voor u niet passend zouden zijn kunt u in plaats daarvan dan ook kiezen voor PGB. Echter doordat zorgverzekeraars in bulk inkopen bij leveranciers, krijgen zij mogelijk een gunstigere prijs als u als particuliere klant. Als u kiest voor een geldbedrag (PGB) betaald uw zorgverzekering u die afgesproken prijs. Hetgeen u meer uitgeeft, bovenop het aan u toegekende PGB, is voor uw eigen rekening. Hetgeen u niet besteed wordt verrekend en moet worden terugbetaald. (De hoogte van) het door de zorgverzekeraar aan u toegekende budget moet u in staat stellen een gelijkwaardige voorziening te verwerven als dat de verzekeraar aanbiedt in zorg in natura. Vanaf januari '15 moet de eigen zorgverzekeraar ook voorzien in de persoonlijke verzorging en verpleging van verzekerden. Wanneer er (overgangs)recht is op verpleging en/of persoonlijke verzorging, krijgt u van uw verzekeraar een toestemmingsbrief. Zorgverzekeraars voeren zelf hun eigen PGB regeling uit. In 2015 zijn de bedragen en PGB regelingen bij alle verzekeraars gelijk.
 
Het kan zijn dat u, vanuit de compensatieplicht die uw gemeente heeft opgelegd gekregen vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning, in aanmerking komt voor (individuele) voorziening. Dan is de gemeente verplicht u als u daarom verzoekt, naast een ZIN aanbod, ook een aanbod in PGB te doen. Ook hier geldt dat het budget toereikend moet zijn om een gelijkwaardige voorziening te kunnen kopen als de gemeente u aanbiedt in zorg in natura. Als u kiest voor een duurderde voorziening dan de "best compenserende" oplossing die de gemeente aanbied, moet u het verschil bijbetalen. U kunt aanmelding / aanvraag doen bij het Wmo loket van uw gemeente of bij het sociale wijkteam. In 2015 voert de SVB voor alle gemeenten (en zorgkantoren) de PGB regeling uit. Als een zorgvrager een PGB heeft in de WMO en ook in de zorgverzekeringswet, kan de zorgverzekeraar de cliënt de keuze laten om de SVB beiden te laten uitvoeren. Dat heeft voordelen, echter is de mogelijkheid om functies "uit te ruilen" vervallen. Er moet immers per functie verantwoord worden aan de verstrekker.

De overeenkomsten die u maakt en opstuurt worden eerst juridisch beoordeeld door de SVB. Wanneer overeenkomsten akkoord bevonden zijn, worden aangeleverde zorgbeschrijvingen inhoudelijke beoordeeld door het zorgkantoor of door uw gemeente. Pas als die in orde zijn, mag de SVB declaraties aan zorgverleners gaan uitbetalen. Achteraf moeten alle uitgaven ook nog verantwoord worden aan de vertrekker van het PGB.

TERUG NAAR TOP VAN PAGINA